Gemiddelden berekenen
De 3-dart-average (het gemiddelde van 3 pijlen) van een speler verwijst naar de gemiddelde score per beurt met 3 pijlen in een potje 501 (or 301, 701, enz.). Het is de meest gebruikte statistiek in de sport, maar veel beginners weten niet precies hoe je dit gemiddelde berekent. Je hebt maar twee getallen nodig om het gemiddelde van een speler te berekenen:
- De som van alle scores van de beurten (gescoorde punten)
- Het totale aantal gegooide pijlen (gegooide pijlen) (Zie Opmerking 1 voor de definitie van een gegooide pijl)
Als je deze getallen hebt, kun je de 3-dart-average berekenen met de volgende simpele formule:
(gescoorde punten / gegooide pijlen) * 3
Met deze formule kun je het gemiddelde van een speler berekenen voor een leg, een wedstrijd, een toernooi of zelfs een heel seizoen. Laten we de volgende legscores als voorbeeld nemen.
Leg 1
| Speler 1 | Speler 2 |
|---|---|
| 100 | 100 |
| 60 | 45 |
| 57 | 60 |
| 26 | 97 |
| 100 | 66 |
| 58 | 65 |
| 100 (in 2) |
In Leg 1 scoorde Speler 1 in totaal 501 punten. We zien ook dat de speler 3 pijlen heeft gebruikt in de eerste 6 beurten, en maar 2 pijlen in de laatste beurt. In totaal heeft de speler 20 pijlen gebruikt in de leg. Onze formule voor het berekenen van de 3-darts-average wordt dus:
(501 / 20) * 3
= 75.15
In Leg 1 scoorde Speler 2 in totaal 433 punten in 6 volledige beurten. Onze formule voor het berekenen van de 3-darts-average wordt dus:
(433 / 18) * 3
= 72.17
Leg 2
| Speler 1 | Speler 2 |
|---|---|
| 40 | 97 |
| 36 | 58 |
| 180 | 45 |
| 140 | 99 |
| 65 | 60 |
| 40 (in 1) | 60 |
In Leg 2 scoorde Speler 1 in totaal weer 501 punten. We zien ook dat de speler 3 pijlen heeft gebruikt in de eerste 5 beurten, en maar 1 pijl in de laatste beurt. In totaal heeft de speler 16 pijlen gebruikt in de leg. Onze formule voor het berekenen van de 3-darts-average wordt dus:
(501 / 16) * 3
= 93.94
In Leg 2 scoorde Speler 2 in totaal 419 punten in 5 volledige beurten. Onze formule voor het berekenen van de 3-darts-average wordt dus:
(419 / 18) * 3
= 72.17
Wedstrijdgemiddelden
Voor het berekenen van het algemene wedstrijdgemiddelde van een speler gebruiken we weer dezelfde twee getallen. Speler 1 heeft in totaal 1002 punten gescoord met 36 pijlen, dus we berekenen de 3-dart-average als volgt:
(1002 / 36) * 3
= 83.50
Speler 2 heeft in totaal 852 punten gescoord met 36 pijlen, dus we berekenen de 3-dart-average als volgt:
(852 / 36) * 3
= 71.00
Opmerking 1: Het aantal gegooide pijlen kan soms pijlen omvatten die een speler niet daadwerkelijk heeft gegooid. Neem als voorbeeld leg 2 hierboven. Stel je een andere situatie voor. Bij de zesde beurt van Speler 1 zijn er 40 punten over. Aan het begin van die beurt had de speler al 15 pijlen gegooid in de 5 beurten. Stel dat nu de eerste pijl op dubbel 20 te laag wordt gegooid en in de single 20 landt. De speler heeft nu 16 pijlen gegooid. De 17e pijl wordt gegooid op dubbel 10, maar mist en komt terecht in dubbel 15. Deze pijl zorgt voor een bust en de beurt is voorbij. Omdat de speler in die beurt niet succesvol heeft uitgegooid, telt dit alsnog als een volledige beurt met 3 pijlen. Het aantal pijlen komt daardoor op 18, ondanks dat er in werkelijkheid maar 17 pijlen zijn gegooid. Simpel gezegd: elke beurt waarin een speler diens leg van 501 niet uitgooit, wordt gezien als een beurt met 3 pijlen, ongeacht het daadwerkelijke aantal gegooide pijlen. In een vergelijkbare situatie, als Speler 1 nog 40 punten over heeft en de eerste pijl laag gooit in de triple 20, leidt dat ook tot een bust. Ook voor die beurt worden 3 gegooide pijlen gerekend.